Het Nederlands is een Indo-Europese en Germaanse taal, die wereldwijd door circa 23 miljoen mensen als moedertaal en/of cultuurtaal wordt gesproken. De meeste van deze sprekers leven in het Nederlandse taalgebied in West-Europa. Nederlands wordt in Europa als officiële landstaal erkend in Nederland en in België, en buiten Europa in Suriname en op de Nederlandse Antillen en Aruba. Het Nederlands is sterk verwant aan het Duits, maar het vertoont daarnaast ook veel overeenkomsten met het Engels. Tussen deze beide grote West-Germaanse talen neemt het Nederlands een tussenpositie in. Kleinere talen die sterk verwant zijn aan het Nederlands zijn het Afrikaans (een dochtertaal, die tot 1925 als Nederlands werd beschouwd) en, in mindere mate, het Fries, een niet-Nederfrankische taal.
Classificatie & verspreiding
In Europa zijn de drie grootste Germaanse talen het Duits (95 miljoen), Engels (63 miljoen) en Nederlands (23 miljoen). Het Nederlands alleen wordt door meer mensen gesproken dan de Noord-Germaanse (Scandinavische) talen tezamen: Zweeds (10 miljoen), Noors (5 miljoen), Deens (5 miljoen) en IJslands (0,3 miljoen). Verder zijn er ook nog kleine West-Germaanse talen zoals het Fries (0,4 miljoen) en het Jiddisch (4 miljoen).
Het Nederlands behoort met onder meer het Engels en het Duits tot de grote West-Germaanse taalgroep, maar is daarbinnen relatief klein. Het specifieke karakter van het Nederlands wordt bepaald door zijn Nederfrankische grondslag. Als Germaanse stam in de delta van Rijn, Maas en Schelde hebben de Franken veel sterker hun stempel gezet op de vorming van de latere Nederlandse taal dan verwante stammen als de Friezen en de Saksen, die meer in de kuststreken, respectievelijk oostelijk van de IJssel woonden. Daardoor is de huidige verwantschap van het Nederlands en het Duits ook groot. Samen met het Hoogduits en het Nederduits, die niet als het Nederlands op het Nederfrankisch zijn gebaseerd, behoort het Nederlands tot de zogenoemde Continentaal-Westgermaanse tak van de Indo-Europese talen.
Geschiedenis van het Nederlands Nederlands in Nederland
Het Nederlands vindt zijn oorsprong in het weinig gedocumenteerde Oudnederlands (voor 1170), dat overloopt in het Middelnederlands ook wel Diets genoemd (1170-1500). De spelling van het Middelnederlands volgde de spreektaal, die per streek sterk kon verschillen. In de 16e eeuw werden verschillende pogingen ondernomen een eenduidige spelling te realiseren.
Uiteindelijk gaf de Staten-Generaal opdracht om de bijbel vanuit de grondtekst te vertalen. Dit resulteerde in 1637 in een vertaling die bekend werd als de Statenbijbel. Voor deze vertaling werd een gulden middenweg gezocht tussen alle bestaande streektalen van het Nederlandse taalgebied. Basis vormen de Frankische dialecten van de gewesten Holland en Brabant. Saksische elementen zijn vooral de werkwoordsvormen op -acht (bracht, gebracht; dacht, gedacht) en het wederkerend voornaamwoord zich. De derde grote taal/dialectgroep in de Lage Landen, het Fries, dat immers een eigen taal vormt, heeft bij de ontwikkeling van het Standaardnederlands vrijwel geen rol gespeeld. De vertalers hebben met de Statenbijbel vele woorden en uitdrukkingen geschapen die ook vandaag de dag nog worden gebruikt. Er zijn tot op heden enkele kerkgenootschappen die deze vertaling in hun kerkdiensten gebruiken. De in de Statenbijbel gebruikte spelling wordt tegenwoordig als verouderd beschouwd.
Woordenschat
De Nederlandse woordenschat telt naar schatting meer dan één miljoen woorden (exclusief de in onbruik geraakte: miljoenen woorden). In het Nederlands bestaan vaak twee woorden voor één betekenis: een Germaans en een Romaans. Bijvoorbeeld: "uitnodigen" en "inviteren" betekenen beide hetzelfde. De Germaanse woorden worden vaker in het dagelijks taalgebruik gebruikt en de Romaanse vaker in officiële schrifttaal.
Nederlandse Dialecten
Zie kaart, voor de locatie van de dialecten of streektalen. Dit is een globale indeling, waarbij de meeste overgangsdialecten niet zijn opgenomen. Het is dus alleen bedoeld om een algemeen beeld te scheppen van de spreiding van de Nederlandse dialecten.
Het Nedersaksisch, Zeeuws en Limburgs worden hierop niet als aparte taal aangemerkt, dit heeft geen politieke achtergrond. De grens tussen dialect en taal is voor het West-Germaanse taalgebied, dus ook voor Nederland en Vlaanderen, zeer problematisch. Voorzichtigheid is geboden bij het gebruik van dit kaartje, daar de meeste taalgrenzen die erop staan aangegeven vloeiend en vaag zijn, en niet door alle deskundigen worden onderschreven (i.h.b. de grenzen van het Limburgs en het Nedersaksisch niet).
Afrikaans
Het Afrikaans is een dochtertaal van het Nederlands die zich ontwikkelde uit het Hollands dat de kolonisten in de zeventiende eeuw naar de Kaapkolonie brachten. Het heeft sindsdien invloeden van andere talen ondergaan, zoals het Maleis, Engels, Duits en de Bantoetalen. Het wordt daarom soms beschouwd als (half-)creoolse taal. Ondanks dit kunnen Nederlanders, Vlamingen, Surinamers en Afrikaners elkaar onderling zonder veel moeite begrijpen. Het Afrikaans is dan ook nauwer verwant aan het Standaardnederlands dan veel dialecten uit het Europese taalgebied, zoals het West-Vlaams, Gronings en Limburgs.
Het Afrikaans is de jongste Germaanse taal ter wereld. In 1925 werd het Nederlands in Zuid-Afrika vervangen door het Afrikaans als ambtelijke taal. In 1960 werd de status als taal officieel bekrachtigd.
Het Afrikaans is de meest verspreide en de derde grootste taal van Zuid-Afrika, maar staat onder grote druk. Het Engels wint snel terrein van het Afrikaans bij de overheid maar ook in het openbare leven. Vaak wordt het Afrikaans (ten onrechte) gezien als taal van de Apartheid. Het Afrikaans wordt door bijna zes miljoen mensen als huistaal gesproken in Zuid-Afrika; daarnaast spreken zo'n 200 000 mensen in Namibië het Afrikaans als moedertaal. In Zuid-Afrika spreken de meeste mensen (zowel blank, als zwart of kleurling) het Afrikaans als tweede of derde taal, daardoor komt het aantal mensen dat de taal beheerst tussen de 15 en 20 miljoen. Verder wordt het Afrikaans nog gesproken door immigranten over de hele wereld; er leven vooral grote Afrikanergemeenschappen in Canada, Australië, Nieuw-Zeeland, de Verenigde Staten en Engeland. In Londen wonen zo'n 100 000 Afrikaanstaligen en in Vancouver en Toronto zo'n 40 000.
De volgende dialecten van het Afrikaans worden onderscheiden:
- Oranjerivier-Afrikaans
- Oostgrens-Afrikaans
- Oorlangs
- Kaaps-Afrikaans
- Namibisch Afrikaans
Het Kaaps-Afrikaans heeft de meeste invloed van het moderne Nederlands ondergaan.
Omdat de verschillen tussen Afrikaans en Standaardnederlands zo klein zijn, streven sommige mensen weer naar één grote taal van bijna dertig miljoen moedertaalsprekers die een blokkade zou kunnen vormen tegen de opkomst van het Engels in Europa en Afrika. De Nederlandse Taalunie onderhoudt thans speciale banden met Zuid-Afrika, maar de zaak ligt politiek zeer gevoelig.
De officiële taal, zoals die wordt onderwezen op scholen en gebruikt wordt door de autoriteiten, wordt Standaardnederlands genoemd. In Nederland is het de officiële taal van ruim zestien miljoen inwoners. Deze status als officiële taal is pas officieel vastgelegd in 1995. Door een wijziging van de Algemene wet bestuursrecht is dit tot stand gekomen. Deze wijziging was bedoeld om ook het Fries een officiële status te geven. Het Limburgs en Nedersaksisch zijn officieel erkende streektalen. De allochtone minderheidstalen zijn Turks (192.000 sprekers), Marokkaans-Arabisch (100.000), Papiaments (80.000), Indonesisch (45.000) en Sranan (7000). Dit blijkt uit een onderzoek uit 2005, uitgevoerd in opdracht van de Nederlandse Taalunie. Het Nederlands wordt (niet in alle gevallen correct) ook wel aangeduid als Vlaams (in België), Hollands (vooral in de Randstad) en Nederduits (door historisch taalkundigen).
Nederlands in België
Het Nederlands is de eerste taal van ongeveer zes miljoen Belgen (Vlamingen), daarnaast zijn er ongeveer vier miljoen Franstaligen en ook 71.000 mensen die het Duits als voertaal gebruiken.
De staatshervorming van 1970 heeft voor een onderscheid gezorgd van vier taalgebieden, waar de drie officiële talen worden gesproken van België, namelijk het Nederlandse taalgebied (overeenkomend met het Vlaamse Gewest), het Franse taalgebied (overeenkomend met het Waalse Gewest minus het Duitse taalgebied), het Duitse taalgebied en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad (overeenkomend met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest). Deze indeling in taalgebieden werd opgenomen in art. 4 van de Belgische grondwet. Elke gemeente van het koninkrijk moet deel uitmaken van één van deze vier taalgebieden. Een wijziging kan enkel met een bijzondere wet (dit wil zeggen een wet met een bijzondere meerderheid) worden aangenomen. Sinds de laatste wijziging, op 8 november 1962, is de taalgrens ongewijzigd gebleven.
ABN ( Standaard Nederlands)
Standaardnederlands is de gestandaardiseerde variant van het Nederlands die wordt onderwezen op scholen en wordt gebruikt door de autoriteiten en media in Nederland, België en Suriname, en op de Nederlandse Antillen en Aruba.
Het bewaken en beschrijven van het Standaardnederlands is door de Nederlandse, Vlaamse en Surinaamse overheid toevertrouwd aan de Nederlandse Taalunie. De Taalunie publiceert werken waarin de normen van het Standaardnederlands zijn vastgelegd.
Een oude benaming die nog steeds wordt gebruikt, is ABN, de afkorting van Algemeen Beschaafd Nederlands. Vroeger waren er zgn. ABN-kringen, studiegroepen op scholen die zuiver taalgebruik bepleiten en welsprekendheidstoernooien organiseren. Deze aanduiding is in de vaktaal door andere benamingen vervangen, voornamelijk omdat het woord beschaafd kon worden opgevat als suggestie dat mensen die andere varianten van het Nederlands spreken niet beschaafd zouden zijn. Tot de spellinghervorming van 1995 gebruikte men voornamelijk de benaming Algemeen Nederlands (AN).
Nederlands als tweede taal
Nederlands als tweede taal (NT2) is het vak Nederlands dat gegeven wordt aan anderstaligen. Het is daarom onvergelijkbaar met het vak Nederlands zoals dat in het voortgezet of secundair onderwijs aan moedertaalsprekers onderwezen wordt.
Het vak NT2 wordt zowel gegeven aan kinderen als aan volwassenen. Daarin staat het verwerven van de Nederlandse taal op de eerste plaats. Dat is noodzakelijk om later de andere vakken te kunnen volgen. Omdat er in een NT2-klas veelal een grote verscheidenheid aan nationaliteiten en talen aanwezig is, geschieden de lessen NT2 over het algemeen volledig in het Nederlands. Een manier om een groep anderstaligen de eerste beginselen van de Nederlandse taal bij te brengen is de Total Physical Response: een beproefde methode binnen de tweedetaalverwerving, waarbij de cursusleider de cursisten korte, eenvoudige opdrachten geeft, die de cursisten fysiek uitvoeren. Bijvoorbeeld: Sta op. Loop naar de deur.
In Vlaanderen wordt NT2 onderwezen in het volwassenenonderwijs. Ook in de OKAN (Onthaalklas voor anderstalige nieuwkomers) neemt het natuurlijk een belangrijke plaats is.
Over het algemeen vindt NT2 aan kinderen in Nederland gewoon plaats op middelbare scholen, in zogenaamde schakelklassen. In Nederland maakt NT2 ook deel uit van de verplichte inburgering van nieuwkomers . Naast NT2 zijn ook Beroepenoriëntatie en Maatschappijoriëntatie verplichte onderdelen. Tot 31 december 2006 waren de eindtermen NT2-onderwijs aan inburgeraars verankerd in de Wet Inburgering Nieuwkomers (WIN).
Op 1 januari 2007 is de nieuwe inburgeringswet in werking getreden (Wet inburgering). De onderdelen beroepenoriëntatie en maatschappijoriëntatie zijn in deze nieuwe wet vervangen door de domeinen Burgerschap, Werk en OGO (Onderwijs, Gezondheid en Opvoeding). Deze domeinen behandelen de vaardigheden (Cruciale Handelingen) die elke burger van Nederland moet beheersen om in de meest voorkomende situaties (Cruciale Praktijksituaties) goed te kunnen functioneren. Daarnaast wordt in het domein Kennis van de Nederlandse Samenleving (KNS) belangrijke kennis (Cruciale Kennis) over de Nederlandse samenleving aangereikt. Het examen bestaat uit twee delen: Het Praktijkdeel en Het Centrale deel. Het niveau dat behaald moet worden is voor inburgeraars zonder Nederlands paspoort voor alle vaardigheden niveau A2.
Overzicht | Bibliotheek


